February 18, 2022
‘Vijf jaar met The Smiths leek me genoeg’
‘Vijf jaar met The Smiths leek me genoeg’
Er is een licht dat nooit dooft en dat is de werklust van Johnny Marr. Hij had zijn status als geniale rockmuzikant al voorgoed gevestigd in vijf jaar The Smiths, maar de gitarist/zanger koos voor een langer en diverser carrièrepad. Hoewel Marr nooit zo beroemd werd als zijn excentrieke ex-bandmaat Morrissey, werkte de charmante man met vele grootheden. Onlangs bracht hij zijn vierde soloplaat Fever Dreams Pts. 1–4 uit.
Hij verontschuldigt zich direct. “Sorry dat je met mij opgescheept zit vandaag, terwijl het zulk mooi weer is buiten. Ik ga mijn uiterste best doen, mijn ‘A-game’. Oh, en ook mijn excuses dat we maar zo weinig tijd hebben om te kletsen. Weet je wat? Ik zal gewoon heel snel praten!” Ik verzoek hem direct om vooral de tijd te nemen, maar helaas is dat tevergeefs. Marr ratelt erop los en zijn lange antwoorden zijn een aaneenschakeling van komma’s en bijzinnen. Met het enthousiasme van een festivalbezoeker die na drie jaar weer naar Lowlands mag, vertelt hij over zijn nieuwe plaat Fever Dreams Pts. 1–4. En hoewel mij van tevoren door zijn management werd verzocht om het toch vooral bij zijn solowerk te houden en niet te beginnen over zijn tijd met The Smiths (1982–1987), stipt Marr dat onder werp zelf maar al te graag aan. “Het duurde bizar lang voor dat mensen eindelijk stopten met roepen dat ik terug moest naar The Smiths. Nu, veertig jaar later, hebben ze er vrede mee. Ik wist al heel gauw dat vijf jaar genoeg was met die gasten. Maar omdat de platen zo goed verkochten, geloof de niemand me. Inmiddels begrijpt men mijn keuze en laten ze me met rust. Het voelt daarom niet meer alsof ik mezelf moet bewijzen.”
Hoe fascinerend die vijf Smiths-jaren ook zijn, de 58-jarige zanger/gitarist heeft zich ook in zijn carrière daarna constant ontwikkeld en uitgedaagd, werkend met muzikanten die op de genie-meter toch aardig in de buurt komen van Morrissey. Onlangs bracht hij zijn vierde soloplaat uit, vier jaar na Call The Comet. Het is met zestien nummers zijn langste plaat tot nu toe. “Heb je de héle plaat geluisterd?!” Ik knik instemmend en Marr begint trots te klappen. “Dat is het juiste antwoord. Lange plaat hè? Moet je nagaan hoe het voor mij was om ‘m te maken, haha. Ik deed er veertien maanden over, maar ben best snel. Niet dat ik overhaast te werk ga, maar als ik een plaat aan het maken ben, staat mijn persoonlijk leven op pauze. Zo ben ik altijd al geweest en ik ga me er ook niet voor verontschuldigen. Het neemt mijn bewustzijn volledig over: ik sluit mezelf buiten met de sleutels aan de binnenkant, raak de hond kwijt, vergeet de verjaardagen van mijn kinderen en ouders. Maar ik vind die obsessie heel belangrijk. Ik maak steeds meer platen volledig in m’n eentje. Mijn band is fantastisch, maar tegen de tijd dat zij om de hoek komen kijken, heb ik alles al geschreven en gecomponeerd. Ik wil echt geen erkenning bij ze weghalen hoor, ze spelen geweldig, maar ik ontwerp de hele plaat van tevoren al in mijn hoofd, laat een kiertje open voor inspiratie en avon tuur en zie wel waar het me brengt. Het verrast me nog steeds weleens in welke mate muziek mijn leven over neemt. Ik had ook voor mezelf bedacht dat dit een ander album moest worden dan dat van vier jaar geleden, omdat ik een ander mens ben inmiddels.”
Ergste criticus
Dat is gelukt. Fever Dreams bestaat uit vier delen en brengt je langs alle verschillende fases van Marrs carrière, met het melancholische van The Smiths en de synthpop van Electronic − de ‘supergroep’ die hij vormde met Bernard Sumner van New Order. Je hoort zelfs een James Bond-sfeertje op het nummer Receiver – niet zo gek, aangezien Marr de muziek schreef voor de Bond-film No Time To Die (2021) en gitaarspeelt op de titelsong van Billie Eilish. Hij is blij dat mensen de plaat eindelijk kunnen horen, maar hun mening interesseert hem niet. Marr stottert terwijl hij lang naar de juiste woorden zoekt om zich te verklaren. Een unicum tijdens dit interview. “Ik wil niet arrogant klinken. Kijk, ik wil dat mensen de plaat goed vinden, maar als ze dat niet doen en het gedateerd of irrelevant vinden… Het kan me niet schelen of ik relevant ben of niet. Je bereikt een bepaalde leeftijd en als je dan nog bezorgd bent over je relevantie, dan is dat best sneu. Ik denk dat ik mijn eigen ergste criticus ben”, besluit Marr voordat hij bedenkt dat hij er nog meer over kwijt wil. “Mensen bekritiseerden mijn besluit om in 1987 uit The Smiths te stappen enorm. Het werd zo persoonlijk, er kwam zóveel over me heen. En omdat ik al die shit destijds al heb meegemaakt, denk ik nu: wat kan het me schelen?” Hij haalt zijn in een blauw shirt met bodywarmer gehulde schouders op en geeft een scheve glimlach. “Maar ik ben wel echt dol op mijn publiek!”
‘Als ik een plaat maak, neemt dat mijn bewustzijn volledig over’
Vier fasen
Die liefde voor zijn publiek is de laatste jaren enorm gegroeid, geeft Marr aan. Ten tijde van The Smiths schreef hij vooral voor zijn vriendengroep en vriendin (“Interessant volk, we waren allemaal fan van The Velvet Underground”). Nu is dat anders. “Met The Smiths probeerde ik indruk te
maken op mezelf, de andere bandleden, mijn vriendengroep en dán pas op het publiek. Nu schrijf ik in de eerste plaats voor mijn fans. Ik respecteer ze; het is een scherpzinnige club mensen, redelijk kritisch en slim. Dus als ik nu schrijf, denk ik: hopelijk gaan ze dit goed vinden. Ze houden wel
van een uitdaging en zijn mijn beste jury.” Marr besloot voor zijn juryleden een plaat te schrijven bestaande uit vier delen. De verschillen zijn niet opvallend, maar voor Marr was het puur een nieuwe (marketing)manier om een plaat in delen uit te brengen. “De platenmaatschappij vond me een genie toen ik met Fever Dreams Pts. 1–4 kwam aanzetten”, lacht Marr. Ik trek de vergelijking met zijn carrière. Niet om aan te geven dat het een koortsdroom was, maar omdat die wellicht ook in vier delen is te vangen. “Ja! Als ik mijn carrière zou opbreken in verschillende fasen, zit ik nu denk ik in de derde fase. Of waarschijnlijker de vierde. Nu je het ter sprake brengt… Ik heb het nooit zo onder woorden gebracht, maar The Smiths was het eerste deel, daarna kwam een wat meer elektronisch deel met Electronic, Pet Shop Boys en Beck en ik denk dat de periode met indierockbands Modest Mouse en The Cribs deel drie was.” Marr kijkt recht in de camera en roept opeens: “Hey, Jolene! Je hebt me iets geleerd vandaag! Ik zit in de vierde fase van mijn
carrière.”
‘Ooit wilde ik die Smiths-klanken volledig uitwissen’
Melancholische klanken
Dat klinkt toch tragischer dan de bedoeling was, maar Marr verzekert dat er nog veel meer delen volgen. “Soms denk ik: hoe lekker zou het zijn om gewoon op een strand te zitten en naar de zonsondergang te kijken? Maar ik heb het geluk gehad dat ik van muziek mijn bestaan heb mogen maken. Op mijn veertiende had ik geen idee dat ik succes zou hebben! Dat wilde ik wel, maar ik had het nooit verwacht en wist dat ik er hard voor zou moeten werken. Dus ik blijf dit doen tot ik doodga. Ik tref het enorm dat mensen me nog steeds leuk vinden. Ook zou ik eerlijk gezegd niet weten wat ik anders moet doen”, lacht Marr. Toch lijkt dat eerste deel van zijn carrière, het Smiths-deel, nog vaak door te klinken in zijn latere muziek. Zo straalt zijn vorige soloplaat Call The Comet (2018) een prachtig melancholisch Smiths-gevoel uit. “Dat doe ik niet met opzet, het zit in me. Als mensen zeggen dat iets klinkt als The Smiths, zeggen ze eigenlijk dat het naar mij klinkt. Er was een tijd in de jaren negentig waar ik die melancholische klanken verwoed probeerde uit te wissen. Ik wilde er niks mee te maken hebben. Dat zie ik nu anders.”
Yoko Ono
Die melancholie is vooral goed te horen op Human, het laatste nummer van Fever Dreams. Zijn ogen lichten op als ik dat vertel. “Ik ben zo blij dat je dat zegt. Dat was het laatste nummer dat ik schreef. Ik ga je er een mooi verhaal over vertellen, goed?” Inmiddels kijkt de persmanager kritisch naar de klok. Marr mag dan wel snel praten, de interviewtijd zit er eigenlijk allang op. “Ik wilde iets maken dat persoonlijk en oprecht was. Al een paar dagen liep ik rond met de melodie. Een heel mooi en melancholisch deuntje, dus ik vond dat de tekst heel simpel moest zijn. Ik dacht: wie ken ik die heel simpele, duidelijke teksten schreef? John Lennon en Bob Marley… Dus ik opende wat boeken over John Lennon – ik ben overigens geen fan van Imagine, maar het is toch een klassieker – zette wat thee, maar er kwamen nog steeds geen woorden in me op. Om acht uur die avond ging de deurbel en gaf de postbode me dit…” Marr pakt trots een glanzende envelop met daarop een sticker: ‘To Johnny, love from Yoko & Sean’. Johnny lijkt nog steeds een beetje beduusd. “Ik ken Yoko Ono niet, hè. Zoiets gebeurt me niet elke dag. In de envelop zat een schitterende kaart. Ik heb hem hier niet liggen, maar er stonden prachtige woorden op over hoe John en zij als artiesten in het leven stonden en alles achter zich wilden laten en simplificeren. Ik dacht bij mezelf: dit is een teken, man! Toen wist ik dat ik op de juiste weg zat. Ik schreef Human en zei tegen mijn band: ik denk dat dit het beste nummer is dat ik ooit heb geschreven. Het doet me heel veel dat jij juist dat nummer eruit pikt. Dat had nog niemand gedaan.”
Constant high
Zonder aansporen trekt Johnny de vergelijking met The Smiths. “Mensen vragen me vaak hoe het komt dat de muziek van The Smiths nog steeds zo geweldig klinkt. Het was een andere tijd. We waren constant high, vooral Morrissey en ik. Dan riepen we tegen elkaar: ‘Wow, ik kan niet geloven dat je dat net zong of speelde, het is prachtig!’ Je komt in je leven zoveel mensen tegen die je wijzen op mooie elementen in de muziek van The Smiths. Dat geeft me haast een verliefd gevoel. Maar toen ik in mijn eentje naar Human luisterde op vol volume, wist ik zeker dat mijn publiek hetzelfde zou gaan denken over deze song. Ik denk niet dat het van mijn eigen genialiteit getuigt, maar de muziek is gewoon geweldig. En Yoko maakte deze muziek. Zij was mijn inspiratie.”
This interview was published in Lust For Life magazine.




