Print

Print

Print

December 13, 2019

Een ratjetoe aan onuitgewerkte ideeën

Een ratjetoe aan onuitgewerkte ideeën

Coldplay
Everyday Life
Parlophone/Warner
Pop
Old Friends

Altijd als Coldplay aankondigt met een nieuwe plaat te komen, voel ik een golf van hoop. Zouden de heren Martin, Champion, Buckland en Berryman het eindelijk begrepen hebben? Snappen ze ten langen leste dat ze het best zijn in het maken van post-Britpopplaten als het waanzinnige Parachutes en A Rush Of Blood To The Head? Wordt dit de plaat die me eindelijk weer laat begrijpen waarom ik ooit een gigantische poster van de vier mannen in mijn huis had hangen? Mijn excuses voor de spoiler, maar het antwoord is dus nee.

Met dit achtste studioalbum laat Coldplay me achter in een staat van complete verwarring. Everyday Life is een soort tweeluik bestaande uit Sunrise en, hoe kan het ook anders, Sunset. Treffende keus, want tegen het einde van dit etmaal is mijn hoop als een nachtkaars, of in dit geval ondergaande zon, uitgegaan. De plaat begint met Sunrise, een dramatisch instrumentaal nummer gedreven door violen. Bijzonder filmisch en toch enigszins verheugend voor de rest van de plaat. Wat is dan die rest vraagt u? Een stamppot van (onuitgewerkte) ideeën. Ik ben al niet dol op stamppot — bestaat er iets viezers dan zuurkool? — maar ik lust al zeker geen zestien nummers die allemaal even belangrijk gevonden willen worden. We horen gospelkoren (BrokEn), een boze politieagent (Trouble In Town), een onver- staanbare demoversie die denk ik per ongeluk op de plaat is gekwakt (WOTW / POTP), trompetsolo’s op Afrobeat-poging Arabesque, een kerkkoor (When I Need A Friend), een protestlied over Amerika (Guns, het begin van tweede deel Sunset), een misplaatst feestnummer over vluchtelingen in de sfeer van Charlie Brown (van het album Mylo Xyloto), een alien (Cry Cry Cry), een Iranees gedicht van Saadi Shirazi dat bijzonder wordt afgesloten met een quote van John Coltrane: ‘May there be peace and love and perfection throughout all creation’, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Klaarblijkelijk wil Coldplay bij de luisteraar een gevoel opwekken van humaniteit, hoop en onze ogen openen voor alle negativiteit in de wereld – vluchtelingencri- ses, oorlog, Trump en meer. Een sterk statement, maar als het wordt uitgevoerd met teksten als ‘I want to know when I can go/ Back and get drunk with my friends’ (Orphans) of ’Cause everyone hurts/Everyone cries/ Everyone tells each other all kinds of lies’ (Everyday Life) komt het gewoon net te zwak over.

Zoals ik het zie, is er een Coldplay 1 en een Coldplay 2. Een pre- en een post-Viva La Vida Or Death And All His Friends. Een oude en een nieuwe Coldplay. Ik moet nog altijd vol ongeloof terugdenken aan een bizarre opmerking in een radiouitzending ten tijde van A Head Full Of Dreams (2015). Een Coldplay-fan die zeer waarschijn- lijk ooit auditief is misbruikt, een andere reden kan ik niet beden- ken voor zijn vreemde uitspat- ting, durfde te beweren dat de nieuwe Coldplay-plaat waanzinnig goed was en met, nu komt ie, ‘nog altijd onmiskenbaar die Coldplay-sound’. Het enige herkenbare aan Coldplay 2 is de stem van Martin en zijn fijne pianospel, dat tegenwoordig helaas meestal wordt vervangen door elektronisch gepiep. Onlangs nog hoorde ik een van de medewerkers aan het nieuwe 20 Jaar Top 2000-boek vertellen dat zijn favoriete Top 2000-nummer Viva La Vida is van Coldplay. Allereerst: er staan toch zeker vijftienhonderd nummers in die lijst die mooier zijn dan Viva La Vida? Maar ook Coldplay zelf heeft indrukwekkendere nummers gemaakt: Sparks, Yellow, We Never Change, In My Place, Clocks, Green Eyes, Warning Sign. Klopt, dat zijn allemaal nummers van de eerste twee fantastische platen Parachutes (2000) en A Rush Of Blood To The Head (2002). Sommige mensen (waaronder de twee hoofdredacteuren van dit mooie blad) beweren dat X&Y (2005) het begin markeert van de ondergang van Coldplay, maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ja, ook hier leunde Coldplay al langzaam richting het commerciële succes, maar die stap werd pas echt gezet met Viva La Vida Or Death And All His Friends (2008). Het vervolg uit zich in regenbogen en confettiliederen op Mylo Xyloto (2011) en A Head Full Of Dreams die beiden jaar na jaar arena’s weten te vullen (ja, we slaan Ghost Stories over, want laten we eerlijk wezen, dat was gewoon een soloplaat van Martin over zijn falende huwelijk met Gwyneth Paltrow). Entertainment voor de massa, noemen ze dat. En ik kan zeggen wat ik wil, maar feit is wel dat Coldplay de meest waanzinnige liveband is van dit moment.

Het sippe aan Everyday Life is dat je weet dat de mannen zo veel beter kunnen. Het zit écht nog wel in ze. Het sijpelt door in de pianoballade Daddy (laten we hopen dat dit de nieuwe Papa van Stef Bos wordt, een flinke verbetering), in het felle einde van Trouble In Town en in het meeslepende Old Friends. Die nummers tonen voorzichtig aan waarom ik de band nog steeds fel blijf verdedigen tegenover de grootste pessimisten. Op deze nummers is een vlaag van Coldplay 1 te herkennen; ondanks de ratjetoe aan ideeën op Everyday Life is dat met stip het beste idee van de band geweest. Is Everyday Life dan misschien een hele voorzichtige stap terug naar het oude Coldplay? Waren ze angstig om een té grote stap te nemen en hun fanclub aan simpele popliefhebbers te verliezen? En zie, daar is mijn hoop alweer terug voor de volgende Coldplay-plaat.

This review was published in Lust For Life magazine.

Get Notified Of New Posts

Get Notified Of New Posts

Get Notified Of New Posts