March 10, 2026
Oude vriend eik

Met ‘Oak’, waaraan ook een theatertour en podcast vastzitten, brengt de zangeres en theatermaker een ode aan de eik, die de verbondenheid van mens en natuur symboliseert. ‘Alleen zijn we vergeten dát we verbonden zijn.’
‘Alles is er al.’ Tot dat troostende besef kwam zangeres en theatermaker Nynke Laverman (45) boven op een berg in Zuid-Spanje, waar ze zich dagenlang afzonderde voor een zogeheten vision quest: een eeuwenoud ritueel van stilte, vasten en alleen zijn om tot inzicht te komen.
‘Ik voelde me lamgeslagen door de honderdduizend crises om ons heen. Hoe gaan we hiermee om? Het helpt soms om je even letterlijk terug te trekken uit de wereld.’
Het inzicht dat zich op die berg aandiende, bleek verrassend eenvoudig. ‘Als je om je heen kijkt, zie je dat eigenlijk alles om in harmonie te leven op deze aarde er al is: vruchtbare grond, ecosystemen die zichzelf in balans houden en kennis hoe je respectvol met de aarde om kunt gaan. Alleen hebben wij ergens een andere afslag genomen en zijn we onszelf boven de natuur gaan plaatsen.’
Dat inzicht vormt het vertrekpunt van Oak, het zevende album van Laverman, waaraan ze samen met componist, muzikant en levenspartner Sytze Pruiksma werkte. Ze benaderde het als een project dat ze alle kanten op liet groeien: niet alleen een album dat deels uit improvisatie ontstond, maar ook een podcast, concertcolleges en een theatervoorstelling.
Ode aan de eik
Al ruim twintig jaar schoffelt Laverman in haar muziek de westerse mens los uit zijn zorgvuldig aangeharkte wereldbeeld. Met haar debuut Sielesâlt (2004) brak ze door met Friestalige fadoliederen over verlangen en vervreemding. Voor Nomade (2009) trok ze naar Mongolië, waar ze leefde met nomaden voor wie de scheiding tussen mens en natuur nauwelijks bestaat. Op Plant (2021) werd haar toon scherper. Met teksten over hoe wij als westerlingen de aarde uitputten, bereikte ze met het spokenword-nummer Your Ancestor zelfs een internationaal publiek.
Op Oak krijgt dat denken een tastbaar symbool: de eik. Eeuwenlang gold die in Europa als heilige boom, een plek waar mensen samenkwamen om raad te vragen of voor rituelen – lang voordat een wereldbeeld opkwam waarin de mens zichzélf centraal zette.
‘De eik is een oude vriend van de mens. Hij staat symbool voor onze verbondenheid met al het andere leven’, zegt Laverman, terwijl ze uitkijkt over de weilanden vanuit haar thuisstudio in Friesland. ‘Die verbondenheid kan nooit stuk. Maar we zijn wel vergeten dát we verbonden zijn.’ Met Oak probeert ze die vergeten relatie niet zozeer te herstellen, maar opnieuw voelbaar te maken.
Een grote opdracht, voor één persoon. Gelukkig hoeft Laverman het niet alleen te doen. Na Plant ging ze met filosofen en antropologen in gesprek en merkte ze: ‘Overal zijn mensen met dezelfde vraag bezig: hoe leven we eigenlijk op deze aarde?’
In haar muziek probeert ze die vraag niet meer met felle en cynische teksten te beantwoorden, waar ze dat op Plant nog wel deed. In het nummer Your Ancestor blikt ze vanuit een verre toekomst bitter terug op onze tijd: ‘Growth was my holy grail – and it failed.’ Ze vertelt: ‘Ik had het gevoel dat ik met Plant alles had gezegd wat ik daarover wilde zeggen. We zijn inmiddels vijf jaar verder, ik kon niet wéér de confrontatie aangaan. Op Oak ben ik daarom wat subtieler. Het is een illusie te denken dat mijn betoog bij iedereen landt, dat iedereen na het horen van mijn muziek zijn leven gaat aanpassen. Maar ik hoop wel een collectieve beleving te creëren. Om live met het publiek in een soort trance te komen. Ik heb ergens gelezen dat samen zingen de hartslagen synchroniseert. Dat klinkt onwaarschijnlijk, maar het lijkt me prachtig.’
Rechte lijn
Mensen over de hele wereld muzikaal betoveren met lessen uit de natuur: dat klinkt als een dankbare missie, die voor Laverman begon met honger. Op die berg in Zuid-Spanje zat ze dagenlang alleen, zonder eten of afleiding. Op een gegeven moment zag ze zelfs een steen die verdacht veel op een cheesecake leek. Pas toen ze daar doorheen was, viel de onrust weg. ‘Ik besefte tijdens die quest dat ik mijn cynische mensbeeld niet wil doorgeven aan mijn kinderen. Met die negatieve energie kom ik nergens en anderen inspireer ik er ook niet mee. Mijn kinderen verdienen het om met vertrouwen naar de toekomst te kijken.’
Dat positieve gevoel bleef hangen toen ze weer thuis was. ‘Sytze zei dat hij twee weken lang een dubbele Nynke zag rondlopen, zo veel energie had ik.’ Om dat gevoel vast te houden dook ze in Sand Talk van Tyson Yunkaporta, een boek over het wereldbeeld van Aboriginals. Daarin stuitte ze op een gedachte die het laatste nummer van Oak zou vormen: The Story of the Straight Line. Laverman legt uit: ‘Wij zijn gaan geloven in de rechte lijn. Die eeuwig stijgende lijn van onze economie: groei, vooruitgang, we willen meer, meer, meer. Maar in de natuur bestaan rechte lijnen bijna niet. Ze buigen, breken of beginnen opnieuw.’ Misschien, zegt ze, zit daar precies het probleem. ‘We zijn gaan denken dat we het beter weten dan de natuur.’
Zingen onder de eiken
Die gedachte zong zich het album in, op het openingsnummer Dat it der al is. In tegenstelling tot The Story of the Straight Line is die boodschap niet in het Engels, maar in het Fries geschreven en gezongen. Voor Laverman is taal onderdeel van het verhaal dat een nummer wil vertellen. ‘Nummers die puur op emotie zitten, waarbij de muziek het eigenlijk al zegt, schrijf ik in het Fries. Die komen zo dichtbij dat een andere taal al snel afstand creëert.’
Dat it der al is is zo’n lied. ‘De een ziet alleen maar problemen, waarop de ander zegt: het is al goed. Het is een gesprek tussen twee geliefden en dan wordt het vanzelf persoonlijk. In zo’n geval voelt Fries voor mij natuurlijker. Engels wordt al gauw cliché.’
Wanneer het perspectief verder uitzoomt, verschuift ook de taal. ‘Als het over de wereld gaat, kies ik voor Engels. The Story of the Straight Line voelt echt als een universeel verhaal, dus dat moest in het Engels.’ Het Nederlands laat ze in zo’n geval bewust links liggen. ‘Als klank inspireert het me niet zo. Ik vind het vrij droog en hard.’ Elke taal, zegt ze, heeft zijn eigen melodie.
Die melodie klinkt buiten anders dan waar dan ook. Tijdens theaterfestival Oerol op Terschelling speelde Laverman vorig jaar Oak in een eikenbos, met het publiek in een cirkel tussen de bomen. Daar merkte ze: ‘Die eik heeft mij echt beter leren zingen.’ Onder de bomen gebeurt er iets wat in het theater moeilijk te vangen en te regisseren is. ‘Zo’n boom straalt rust uit. Ik krijg daar vertrouwen van en ben veel meer in het moment.’ Terug in de zaal probeert ze dat gevoel vast te houden. ‘De eik kan ik niet meenemen naar binnen. Maar het gevoel wel.’
Geven en nemen
Toen Laverman zich realiseerde hoe belangrijk de eik ooit was in Europa, vroeg ze zich af wat zo’n boom vandaag zou vinden van onze omgang met de natuur. ‘Misschien zou hij zijn grote wijsheden voor zich houden’, zegt ze. ‘Misschien zou hij zich alleen afvragen: waar zijn jullie eigenlijk gebleven?’ Het idee ontroerde haar. Want zelfs als wij de natuur de rug toekeren, zegt ze, blijft die zich aandienen. Maar dat betekent niet dat we eindeloos kunnen blijven nemen. In Mongolië leerde ze wat daar tegenover hoort te staan: ‘Je kunt nooit meer nemen dan je geeft.’
Of Oak iets zal kunnen veranderen aan de wereld, of de mensheid, durft Laverman niet te voorspellen. Aan haar eigen ontwikkeling heeft het in elk geval iets toegevoegd: minder cynisme, meer vertrouwen in de toekomst. ‘Voor mij is dit hele project nu al geslaagd’, zegt ze. ‘Noem het zielsgroei. Alsof er weer een ring bij is gekomen – zoals bij een boom: een nieuw laagje wijsheid.’



