Print

Print

Print

August 27, 2021

'Een lange liefdesbrief aan George'

Interview Lust For Life magazine Dhani Harrison - Jolien Eijsink
Interview Lust For Life magazine Dhani Harrison - Jolien Eijsink

Een lange liefdesbrief aan George

Hij werd pas acht jaar na de release van het album geboren, maar toch is All Things Must Pass onlosmakelijk verbonden met het leven van Dhani Harrison. Want samen met zijn vader George Harrison werkte hij aan de jubileumuitgave uit 2001 en de afgelopen vijf jaar hield hij zich bezig met de indrukwekkende remastering van zijn vaders baanbrekende solowerk. “De volmaakte bekroning van dit album voor de komende honderd jaar,” zegt de zoon in een liefdevol gesprek over de meest ondergewaardeerde Beatle.

Hij schreef enkele van de beste Beatles-songs ooit: Here Comes The Sun, Something en While My Guitar Gently Weeps. Volgens vele Beatles-fans, inclusief ondergetekende, was Harrison de meest ondergewaardeerde Beatle van alle vier. De langharige gitarist stond jarenlang in de schaduw van de ego’s van het duo Lennon-McCartney en hij moest vaak lang wachten tot een van zijn songs op de tracklist mocht. Na de grote break-up in 1970 liet Harrison op grandioze wijze zien hoe onterecht dat was: het drie lp’s tellende magnum opus All Things Must Pass werd het populairste solowerk van een Beatle ooit. Populairder zelfs dan Imagine van John Lennon en Band On The Run van Paul McCartney samen. Het nummer My Sweet Lord groeide zelfs uit tot de meest gestreamde song die ooit is uitgebracht op Apple Records. Nu vijftig jaar later — oké, eigenlijk 51, maar het jaar 2020 telt niet — is de (muziek)wereld All Things Must Pass geenszins vergeten. Met zeven verschillende uitgaven, waaronder een Uber Deluxe Edition-boxset (die onder andere replica’s bevat van Harrison en de dwergen die op de hoes te zien zijn – living in the material world, zeg maar) krijgen we daar ook weinig kans toe. Gelukkig maar. De plaat klinkt na vijf decennia en vele technologische ontwikkelingen nog tien keer beter dan in 1970. En dat zegt wat. De ‘wall of sound’ die producer Phil Spector metselde, is afgebroken. Dankzij zoon Dhani Harrison en vriend Paul Hicks klinkt George zo helder dat het bijna lijkt alsof hij naast je zit te zingen.

Kaboutervrienden
Terwijl we spreken, zit Dhani letterlijk in de albumhoes van All Things Must Pass. Op de plek van zijn vader, tussen de kabouters op zijn prachtige landgoed Friar Park in Henley-on-Thames. Vorig jaar markeerde niet alleen het vijftigjarig jubileum van All Things Must Pass; ook Friar Park was vijftig jaar in het bezit van de familie Harrison. Dhani: “We hebben hier sindsdien als familie langer gewoond dan alle vorige eigenaren. Vorig jaar voelde het alsof Friar Park écht van ons was.” Dhani werd geboren in 1978 en groeide op in Friar Park. “Mijn allereerste herinnering aan All Things Must Pass is het zien van de albumcover en beseffen dat het de voortuin is waarin ik altijd speelde. Ik groeide zo’n beetje op met die vier kabouters. Kijk, ik ben enig kind, had geen broertjes of zusjes, dus die kabouters waren mijn vrienden. Ik kende hen voor ik de muziek leerde kennen. Soms ging ik gewoon bij ze zitten of schilderde ik ze. Pas toen ik een jaar of vijftien was, hoorde ik All Things voor het eerst en zelfs toen gaf ik het weinig aandacht. Maar toen ik eenmaal naar de universiteit in Amerika vertrok, luisterde ik er eindeloos naar. Ik miste mijn pa. Hij belde me bijna elke dag, maar hoe vaker ik die plaat draaide, hoe meer ik me met hem verbonden voelde. Ik leerde het album enorm waarderen”, vertelt Dhani nostalgisch.
Toen hij de universiteit eenmaal had verlaten, werkte hij samen met zijn vader aan de remastering voor het dertigjarige jubileum. Hij speelt zelfs akoestische gitaar op My Sweet Lord. “Mijn vader grapte vanaf dat moment altijd dat ik al speelde op een album voor ik geboren was”, lacht Dhani.
Vanaf dat gezamenlijke project duikt Harrison junior echt in de nummers. Waar ze in 2001 slechts de originelen een opfrisbeurt gaven, pakte hij het deze keer helemaal ander aan. Terug naar het begin. Paul Hicks mixte zo’n 110 nummers voor ze samen besloten welke een plaatsje in de heruitgave verdienden. Ze pakten de master tapes erbij, meer dan achttien rollen aan demo’s en verschillende versies. “We wilden de mensen drie verschillende uitvoeringen geven van All Things Must Pass: het originele album, de dag één-demo’s en de dag twee-demo’s. Zo heb je hetzelfde album, op drie verschillende manieren. We hebben heel bewust gekozen voor de versies die hoorbaar anders klonken dan het origineel. Run Of The Mill met een elektrische gitaar bijvoorbeeld, of een heel langzame versie van Isn’t It A Pity. We waren echt door die tapes aan het wroeten en elke keer als we iets bijzonders tegenkwamen, voelde het alsof we goud hadden gevonden.”

Definitieve bekroning
Het proces zou uiteindelijk vijf jaar van zijn leven in beslag nemen. Toch is hij songs als I’d Have You Anytime, Isn’t It A Pity of Run Of The Mill (“Ik ben verliefd op dat nummer”) nog lang niet zat. “All Things Must Pass is een van mijn favoriete albums ooit gemaakt. Oké, na een tijdje hebben je oren pauze nodig als je ergens dag in dag uit zo intens naar luistert, maar ik hou van deze plaat. Ik ben ook zo enorm trots op het eindresultaat. Er zit zoveel liefde in van iedereen. Eerlijk is eerlijk: het is goed om er nu even afstand van te kunnen nemen, maar het is fantastisch om het eindproduct te kunnen zien en voelen. Om door alle vinyl en extra’s te gaan als een luisteraar in plaats van op de computer als producer. Vanuit een design- en audio-oogpunt zie ik deze jubileumuitgave als de volmaakte bekroning van dit album voor de komende honderd jaar.”
Toen George in 2001 overleed aan longkanker was Dhani pas 23 jaar oud — vier jaar jonger dan zijn pa toen hij All Things Must Pass opnam. Hun verstandhouding was inmiddels ijzersterk. Door samen te werken aan de jubileumuitgave van All Things Must Pass uit 2001 en Georges laatste plaat
Brainwashed (een postuum album uit 2002) en hem jaren van dichtbij aan het werk te hebben gezien, is Dhani een betrouwbare kandidaat om te vragen wat zijn pa van deze uitgave zou denken. “Hij zou hem geweldig vinden. We waren beiden nooit fan van alle reverb op het origineel. Ik weet dat hij het graag wilde horen zonder, dus met de demo’s van dag één en dag twee presenteren we echt de kern van elk nummer en daar zou hij bijzonder trots op zijn geweest”, zegt Dhani zelfverzekerd. “Je moet weten dat Paul Hicks, met wie ik de remixing en remastering heb gedaan, en ik áltijd mijn vader in ons achterhoofd hadden. Elke seconde van de dag en bij elke keuze die we maakten. Paul was een goede vriend van mijn vader en we zijn samen opgegroeid; zijn ouders komen uit hetzelfde dorp als de mijne en ook zij waren vrienden. Zijn vader, Tony Hicks, nam met zijn band The Hollies platen op in Abbey Road Studios, dus zo kenden ze elkaar. Daardoor wisten Paul en ik van tevoren heel goed wat we wilden doen met dit album. Elke keer als er een beslissing nodig was en Paul zelf twijfelde, richtte hij zich tot mij: ‘Wat zou je vader hiervan denken of zeggen?’. Het was voor mij zo makkelijk om te begrijpen wat m’n pa zou hebben gedaan.
We wilden zijn album beschermen. Vaak beantwoordden de vragen zichzelf, dus dat ging gemakkelijk. Mijn pa en ik waren zo hecht en hij leerde ons van jongs af aan zoveel over muziek en produceren, dat het geen lastige opgave was om de juiste keuzes te maken.” Hij vervolgt op een ontroerend liefdevolle wijze: “Ik voel me weer zo verbonden met hem. Zijn stem op deze nieuwe mix klinkt zoveel kwetsbaarder en ontzettend eerlijk. Je voelt hem meer. Het brengt je dichter bij hem dan de originele mix van het album. Tijdens het werken voelde het alsof hij in de kamer naast me zat”. Door in de studio dezelfde rituelen uit te voeren als zijn vader destijds, werd dat saamhorigheidsgevoel alleen maar sterker. George stond erom bekend kleine altaars te bouwen, tientallen kaarsen aan te steken en vegetarisch voedsel van volgelingen van de Hare Krishna-beweging te nuttigen. Dhani volgde zijn voorbeeld. “Elke dag deed ik dat ook. Ik stond op, stak de kaarsen aan, vatte mijn rituelen aan en dan voelde ik mijn brein direct kalmeren. All Things Must Pass: 50th Anniversary is eigenlijk een lange liefdesbrief van ons aan mijn vader. We wilden de wereld een kijkje bieden in zijn waanzinnige meesterwerk, zowel het huis als het album. We willen iedereen een grotere belevenis bieden en om dat te bereiken, waren dezelfde rituelen nodig.”

Liefde voor de natuur
Zoals Dhani al aangeeft, draait het in de jubileumuitgave niet alleen om de muziek, maar ook om het huis en landgoed van hun geliefde Friar Park. De extra’s in de Uber Box-set zijn een eerbetoon aan Georges liefde voor tuinieren en de natuur; zoals een houten boekenlegger gemaakt van een gevelde eikenboom uit de tuin. Dhani overzag het hele proces en werkte naast de muziek ook aan de replica’s van de kabouters en de houten kratten. Hij selecteerde zelfs persoonlijk de esdoornbladeren voor in het bijgeleverde boekwerkje. Ook zijn moeder Olivia Harrison was nauw betrokken bij het project. Zij stelde onder andere het 96 pagina’s tellende scrapbook samen en besliste mee over de geselecteerde nummers. “Ons hart en ziel zit in dit project”, aldus Dhani. Over dat gevoel kan zanger/meestergitarist Eric Clapton meepraten. Hij speelde mee op het origineel uit 1970 en had nogal wat moeite met opener I’d Have You Anytime. “Ik sprak Eric laatst en toonde hem de boxset. Hij wees me direct op dat nummer. Hij zei: ‘Oh God, dat was zo moeilijk om te spelen.’ Toen Paul en ik in de studio ernaar luisterden, zeiden we tegen elkaar: ‘Dat is zonder twijfel Eric Clapton, maar het klinkt als mijn vader.’ Eric wist dat te verklaren: ‘Je vader legde aan me uit hoe ik het moest spelen, maar dat lukte me niet. Het was zo extreem lastig om de noten te buigen zoals hij het wilde. Uiteindelijk kreeg ik het voor elkaar, maar daarom klinkt het dus als je vader.’ Sindsdien houd ik nog meer van dat nummer.”

In Lust For Life 111 vertelde John Densmore van The Doors over zijn zelf opgelegde rol als bewaker van Jim Morrisons en The Doors’ muzikale erfgoed. Dhani Harrison voelt zich precies zo als het gaat om de muziek van zijn vader. Dat begon al aan het eind van de jaren negentig, toen ze samenwerkten aan Georges laatste album Brainwashed. In 2001 was Dhani afgestudeerd aan de universiteit, maar George was al ernstig ziek. Toch ontmoetten ze elkaar in Zwitserland, waar ze verder werkten aan het album. “We hoopten dat hij zijn kanker zou overwinnen en naar Los Angeles zou gaan om met Jeff Lynne [Electric Light Orchestra, red.] Brainwashed echt tot een geheel op te bouwen. Helaas moest ik het alleen
doen met Jeff. Vanaf dat moment werd ik de beschermer van zijn muziek. Als Jeff een vraag had, gaf ik het antwoord. Hij durfde zelf geen beslissingen te nemen. Daarna werkte ik aan The Dark Horse Years 1976–1992 [2004, red.] en ga zo maar door. Lachend vervolgt Dhani: “Behalve het nastreven van een eigen muziekcarrière, wat al moeilijk genoeg is, ben ik ook nog eens verantwoordelijk voor die van mijn vader.” Ik bewaak al twintig jaar de kwaliteitscontrole van mijn vaders werk en ik ga die controle nooit uit handen geven. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is te groot daarvoor. Ik zou ook nooit een platenlabel een Best Of-album laten maken. En mocht dat moment toch ooit komen, dan moet het heel stijlvol en smaakvol gebeuren. Daar zorg ik dan wel voor.”

Dave Mason over All Things Must Pass

Gitarist Dave Mason, bekend van de rockband Traffic, speelde in zijn lange carrière met een indrukwekkende reeks muzikanten: van The Rolling Stones tot Delaney & Bonnie en Jimi Hendrix. Naast Eric Clapton, Peter Frampton en Klaus Voormann was hij een van de gelukkige gitaristen die
door George Harrison werd toegevoegd aan de all-star cast van All Things Must Pass.

Het is meer dan vijftig jaar geleden, maar wat kan je mij
nog vertellen over de opnamesessies?

“Ik weet helaas niet meer zo goed op welke nummers ik
speelde.”

Je speelde onder andere op Beware Of Darkness, I Dig
Love en Plug Me In.

“Hm ja, volgens mij waren er nog een paar, waaronder een
jamsessie. Ik weet het echt niet meer. Ik had het ergens
opgeschreven, maar ik kan dat verdomde briefje nergens
meer vinden. Wat mij vooral bijstaat van die sessies, is dat
er ontzettend veel mensen aanwezig waren. Dat was soms
best verwarrend. Ik ben sessies gewend met drie of vier
muzikanten, maar dit was echt een grote groep en ze
speelden niet eens allemaal mee, haha. Weet je hoe dat
destijds ging? We woonden allemaal in Londen in de jaren
zestig, dus we liepen elkaar constant tegen het lijf en
gebruikten dezelfde studio’s. Zo speciaal is het daarom
niet dat ik ben gevraagd. Het was een kleine gemeenschap.
Ik kan me herinneren dat ik voornamelijk akoestische
gitaar speelde, maar in een vorig interview vertelde iemand
me dat ik ook elektrisch heb gespeeld. Mijn herinneringen aan All Things Must Pass zijn inderdaad vaag. De persoonlijke herinneringen die ik heb aan mijn tijd met George zijn veel memorabeler.”

Vertel!
“Ik weet nog dat ik een paar jaar eerder bij hem op bezoek
ging toen hij in Esher woonde, gewoon om rond te hangen.
Opeens zei hij: ‘Wil je mijn nieuwe album horen?’ En plots
zat hij Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band te spelen!
George gaf mij ook mijn eerste sitar.”

Luister je nog wel eens naar All Things Must Pass? Wat
vind je ervan?
“Om heel eerlijk te zijn: ik heb niet echt een geluidssy-
steem in mijn huis. Dit is hoe ik hier muziek luister [hij pakt een kleine JBL-box, red.]. Dat is mijn grote stereo, haha.
Nee, het is meer dan een jaar geleden dat ik naar dat
album luisterde, de lp’s liggen in mijn opslag. Ik weet nog
dat ik het destijds een vreemde keuze vond om Phil
Spector het album te laten produceren. Dat leek me niet de
juiste persoon. Maar het is een geweldig album, Georges
persoonlijke statement en ik ben trots dat ik erop speel. Er
is nog zoveel goede muziek van vijftig jaar geleden… Er
bestaat geen oude muziek, alleen goede en slechte.”

Voor meer informatie over Dave Mason: zie www.davemasonmusic.com

Get Notified Of New Posts

Get Notified Of New Posts

Get Notified Of New Posts