May 17, 2024
‘Ik begrijp zo weinig mensen die ik ontmoet’
‘Ik begrijp zo weinig mensen die ik ontmoet’
Villagers
That Golden Time
Domino/V2
Indiefolk
Tiptrack: ♪ No Drama
Geïnspireerd door Nietzsche en Schopenhauer, realisme versus romanticisme, valuta en de kracht van geld, met een sterk aroma van melancholie en nostalgie. Niet de meest luchtige verpakking van een nieuw album, zou je zeggen. Maar That Golden Time, alweer de zesde plaat van de Ierse band met Conor O’Brien aan de leiding, klinkt net als elk Villagers-album op het eerste gehoor kalmerend, warm en zorg- wekkend zorgeloos. Schijn bedriegt. Wie zich niet in een droomloze slaap laat wiegen door de melodische tonen (waarschuwing: sla Behind That Curtain vooral over als je heel moe bent), prikt vanzelf door het masker van O’Brien. Zijn licht kritische doch poëtische woorden en soms zelfs verbitterde toon over de wereld van nu (alles is de schuld van het grote, boze internet!) tonen de ware kern van That Golden Time: de kracht om schoonheid te kunnen blijven zien in een harde en koude realiteit. Met een album als dit lukt dat wel.
Jolien Eijsink praat met zanger Conor O’Brien.
Op het nieuwe Villagers-album staat realisme tegenover romanticisme. Aan welke kant sta jij?
“Ik speelde met het spanningsveld tussen die twee krachten. De titel van het album, That Golden Time, brengt een gevoel van nostalgie. Maar zijn het nostalgische gevoelens naar een tijd die echt heeft bestaan of ben je nostalgisch naar de versie van het verleden zoals die zich in je dromen heeft gevormd? Op die twee gedachten hinkt het album. Dit internettijdperk heeft ervoor gezorgd dat je heel moeilijk verbinding kunt maken met alles en iedereen. Het heeft de wereld verpest en we waren beter af zonder. [O’Brien raakt zo geagiteerd dat hij een golf koffie over de bank slingert.] De wereld is een beetje gek geworden. Onze breinen worden vernietigd door het internet en mobiele telefoons. Muziek en kunst scheppen een mooie plek ver weg van dat alles, waar je dat bewolkte grijze gebied waarin we leven rustig kunt verkennen en ervan kunt weglopen met een gevoel van saamhorigheid.”
Wat is de laatste gouden tijd die jij je kunt herinneren en waar je graag naar terugkeert in je hoofd?
“Dat zijn er veel, vooral dankzij Villagers. Maar ik ben heel nostalgisch over mijn jeugd. Ik ben ooit begonnen met schrijven omdat ik het gevoel probeerde vast te leggen dat ik kreeg als ik een filmsoundtrack hoorde. Luister, ik was als kind echt ráár. Ik was geobsedeerd door muziek en animatie. Jarenlang wilde ik animator worden dankzij de films waar ik verslaafd aan was. Ik heb nooit begrepen hoe kinderen zich totaal konden verliezen in een film, maar na de aftiteling gewoon naar buiten liepen om een potje te gaan voetballen. Vol ongeloof zat ik dan voor de televisie: er is daar een hele wereld waar we in kunnen duiken! Ik volgde die kinderen dan ook niet, maar bleef in m’n eentje achter om nog een keer naar de muziek te luisteren. Ik was overal zo van ondersteboven. Ik weet nog dat ik moest huilen in de bioscoop toen ik vier jaar oud was, na het zien van An American Tail van voormalig Disney-animator Don Bluth. Hij heeft een diepe indruk op me achtergelaten en voor Villagers heb ik ook enkele video’s zelf geanimeerd, gewoon met m’n telefoon en laptop.”
Toch wel handig dus, die mobiele telefoons en het internet...
“Haha! Het mes snijdt aan twee kanten.”
Bij het schrijven van Darling Arithmetic (2015) luisterde je veel naar George Harrison en Roberta Flack. In de periode rond Fever Dreams (2021) was het vooral jazz. Ik heb het idee dat je bij dit album muziek hebt ingeruild voor literatuur, klopt dat?
“Klopt! Ik las heel veel Nietzsche tijdens het schrijven. Ik hou van zijn werk, maar als je te veel van hem leest, maakt het je een beetje cynisch. Toen ik het nummer You Lucky One schreef, was ik halverwege z’n tweede boek en ongemerkt glipte daar iets van in mijn songtekst. Bij I Want What I Don’t Need las ik net het essay van Schopenhauer getiteld De Vrijheid Van De Wil en ook dat hoor je terug. Ik lees tegenwoordig meer dan ik vroeger deed, dus mijn teksten kennen inderdaad een meer literaire basis. Vroeger was ik altijd een beetje bang voor Nietzsche, ik was er nog niet klaar voor. Maar nu besloot ik van wel en daar ben ik enorm blij om.”
Weet je nog wat de eerste zin was die je neerpende voor dit album, die de creatieve luiken in je hoofd deed openen?
“Op dating apps zie je vaak in iemands profiel staan: ‘No drama’. Maar het leven ís drama, haha! Dus het begon allemaal met dat ene zinnetje en het werd, hoewel schurend tegen andere thema’s, van daaruit steeds melodramatischer. Ik voel me niet altijd zo, maar regelmatig voel ik me vervreemd van m’n omgeving. Ik begrijp zo weinig mensen die ik ontmoet. Schrijven geeft me een uitweg waar ik uren achter elkaar in kan vluchten.”
In het persbericht wordt gezegd dat dit je meest kwetsbare album ooit is. Maar zeg je dat niet over elke plaat die je maakt?
“Ja, maar in dit geval voelde het tijdens het schrijven al zo. Ik vroeg me voortdurend af: kan ik dit zeggen? Het tikt constant tegen zaken aan waar je tegenwoordig online voor neergeschoten zou worden: vraagstukken van identiteit en menselijk bewustzijn. Het internet heeft mensen enorm kritisch gemaakt, waardoor anderen het gevoel krijgen dat ze niets meer mogen zeggen. Ik haat het dat mensen denken dat het liberaliserend werkt om zichzelf een label op te plakken, maar het haalt pas echt het bloed onder m’n nagels vandaan als ze labels op anderen plakken. We zijn als volk achteruitgegaan. Tot aan de twintigste eeuw waren filosofen en schrijvers echt op de goede weg. En toen kwam het internet: een obstakel waar je voorbij moet zien te komen om vrij te kunnen denken. Ik zie het als een groteske labelmachine. Als kind was ik al zo allergisch voor al die labels. Ik weet nog dat ik geobsedeerd was door Nirvana, m’n haar lang had laten groeien en een shirt droeg van de band. Het moment dat een kind riep: ‘Oh, je bent een stinkende rocker’, wilde ik niets liever dan dat shirt direct uittrekken en m’n haren afknippen. We zijn geobsedeerd door labels, nu meer dan ooit. En het is het tegenovergestelde van creativiteit. Ik heb dat gevoel en die boodschap verwerkt in m’n album en niet gedeeld op het internet, want daar lopen te veel idioten rond. Zet je werk en je kunst centraal, dat is het enige belangrijke.”




